Waterschappen, wat doen die nu??

Waterschappen zijn een overheid met een heel beperkte taak, zoals vastgelegd in de Grondwet, Waterschapswet en Waterwet.

De kerntaken van het waterschap zijn:
– water keren (met dijken en sluizen)
– water beheren (waterkwaliteit en water aan- en afvoeren) en
– water zuiveren.

Andere taken mogen de waterschappen conform de wetgeving niet uitvoeren.

Kosten
De kosten voor het waterbeheer haalt het waterschap bij burgers en bedrijven op via de waterschapsbelasting en daarmee zijn de waterschappen als functionele, uitvoerende overheden grotendeels onafhankelijk van Rijk, provincie en gemeente.

“Amsterdam staat op instorten.”

“Onderhoud is niet sexy. En dus investeerden de Amsterdamse bestuurders decennia lang liever niet in het behoud van kades en bruggen. Met desastreuze gevolgen”. 

Volkskrant 8 februari 2019

In de gemeentelijke politiek, evenals bij Rijk en provincie, is men meestal gericht op de korte termijn en dat leidt niet altijd tot een verantwoord beleid.

Maar om ons land leefbaar en bewoonbaar te houden, hebben de waterschappen juist een langetermijnvisie nodig en kan de waan van de dag leiden tot ongewenste effecten.

Waterschappen hebben dan ook als functionele overheid een heel andere bestuurlijke en maatschappelijke achtergrond dan Rijk, provincie en gemeente, de algemene democratieën.

Rijk, provincies en gemeenten zijn representatieve democratieën.
De Tweede Kamer, Provinciale Staten en Gemeenteraad worden door de burger gekozen en bepalen namens hen het beleid van de overheid. Kortom, zij bepalen de input voor het overheidshandelen.

Maar zo bepalen zij ook de input voor het waterschapsbeleid: de normen voor waterveiligheid en wateroverlastbestrijding worden bepaald door het Rijk en de provincies.
En provincies en gemeenten bepalen via de ruimtelijke ordening de inrichting van ons land: met landbouw- en natuurgebieden, met woningbouw en industrieterreinen.

Op basis van die keuzes faciliteren de waterschappen de verschillende doelen. Met een zo goed mogelijke waterhuishouding voor de landbouw als een gebied is aangewezen als landbouwgebied en met een zo goed mogelijke waterhuishouding voor de natuur in natuurgebieden.

Zo zorgt het waterschap voor de best mogelijke uitvoering tegen maatschappelijk zo laag mogelijke kosten. Binnen het waterbeleid bepaalt de algemene democratie – Rijk, provincie en gemeente – de input en het waterschap als functionele democratie de output.

Het waterschap is door de wetgever bewust niet ingericht als een representatieve democratie zoals Rijk, provincie en gemeente, maar als een “interactieve waarborgdemocratie”.

Raad voor Openbaar Bestuur R.O.B.


De Raad voor het Openbaar Bestuur (R.O.B.) heeft in het rapport Water in orde: Bestuurlijk organisatorische aspecten van integraal waterbeleid daarvoor een uitgebreide onderbouwing gegeven. (kijk hier het rapport in)

Kortom, het waterschap en het waterschapsbestuur moeten “interactief” zijn, want het moet nauw samenwerken met Rijk, provincie en gemeenten en met alle betrokkenen: agrariërs en natuurbeheerders, burgers en bedrijven, hengelsporters en waterrecreanten en meer.

Het waterschapsbestuur moet toezien op een efficiënte en kostenbewuste uitvoering van het waterbeheer en waarborgen dat dit tegen maatschappelijk zo laag mogelijke kosten wordt uitgevoerd.

Dat vraagt om praktische waterschapsbestuurders die interactief willen samenwerken met alle partijen en zo een effectieve en kostenbewuste uitvoering van het waterbeheer kunnen waarborgen.

Reacties gesloten.